Ga naar de inhoud

Aanpak schijnzelfstandigheid: vooruitblik op 2026

Begin dit jaar was er veel te doen over de handhaving van schijnzelfstandigheid door de Belastingdienst. Er was – en is nog steeds- veel onzekerheid over de criteria waarop de Belastingdienst toetst. Want wanneer is er nu sprake van schijnzelfstandigheid en wat zijn hiervan de consequenties? Alhoewel de Belastingdienst dit jaar een ‘zachte landing’ hanteerde, zal dat vanaf 2026 niet meer het geval zijn. Wat kunnen we verwachten? Je leest het in dit blog!

Terugblik 2025

Sinds dit jaar handhaaft de Belastingdienst weer op schijnzelfstandigheid sinds de invoering van de wet DBA. Er werd dit jaar met coulance gehandhaafd, de zogenoemde ‘zachte landing’. Ondernemers kregen de tijd om hun samenwerking met zelfstandigen onder de loep te nemen en aanpassingen door te voeren waar nodig. In veel organisaties bleek het verschil tussen werknemer en zelfstandige in de praktijk dunner dan gedacht. De Belastingdienst kon in het geval van schijnzelfstandigheid correctieverplichtingen en naheffingsaanslagen voor de loonheffingen opleggen, maar er werden nog geen boetes opgelegd.

Wat hebben we geleerd van dit jaar?

  • De praktijk is leidend. Niet alleen het contract bepaalt of iemand zelfstandige of werknemer is. Er wordt gekeken naar hoe er feitelijk gewerkt wordt.
  • Werkt een zelfstandige al jaren voor één opdrachtgever met vaste werktijden of onder instructie? Dan oordeelt de Belastingdienst eerder dat er sprake is van werknemerschap.
  • ‘Goede bedoelingen’ zijn geen juridisch schild. Ook als je niet met opzet een constructie hebt opgezet kunnen er naheffingen worden opgelegd. Zorg dus dat e.e.a. juridisch en feitelijk klopt.

Nu de ‘zachte landing’ zal eindigen, is het voor werkgevers noodzakelijk om nog voor 2026 hun zaken goed op orde te hebben.

Werknemersrechten

Naast naheffingsaanslagen en boetes riskeren werkgevers dat een zelfstandige een beroep doet op een dienstverband. In een eerder blog hebben we dit verder uiteengezet.

Een werknemer heeft in tegenstelling tot een zelfstandige recht op o.a. loondoorbetaling bij ziekte, betaalde vakantiedagen en in sommige gevallen op pensioenopbouw. Indien men over de aard van de arbeidsrelatie van mening verschilt, dient dit bij de kantonrechter uitgevochten te worden.

Naast de bekende Deliveroo-zaak, volgde onlangs een nieuwe uitspraak waarbij er sprake was van schijnzelfstandigheid. De rechter oordeelde dat de ingehuurde accountant werkzaam was op basis van een arbeidsovereenkomst.  De werkgever was daarmee verplicht een gefixeerde schadevergoeding, transitievergoeding en billijke vergoeding te betalen. Het kostenplaatje? Ruim € 67.000 euro!

Vooruitblik 2026

Vanaf 2026 kan de Belastingdienst naast correctieverplichtingen en naheffingsaanslagen óók boetes uitdelen voor wie zijn zaken niet op orde heeft. De Belastingdienst kan naheffen met terugwerkende kracht, maar nooit verder terug tot 1 januari 2025, tenzij er sprake is van kwaadwillendheid of als een aanwijzing van de Belastingdienst niet is opgevolgd. In dat geval kan de Belastingdienst wél tot vijf jaar terug naheffen.

In 2025 is gebleken dat de criteria waarop de Belastingdienst toets niet altijd even makkelijk te vertalen zijn naar de eigen praktijk. Om dit probleem aan te pakken zijn er een tweetal (initiatief)wetsvoorstellen ingediend:

VBAR: Deze wet heeft als bedoeling het onderscheid tussen werknemer en zelfstandige duidelijker te maken. Zo wordt onder andere een rechtsvermoeden van werknemerschap ingevoerd bij een uurtarief lager dan € 36,00 per uur. Op dit wetsvoorstel is vanuit de praktijk veel kritiek geuit.

Zelfstandigenwet: In deze wet zijn drie gelijkwaardige toetsen opgenomen die duidelijkheid moeten bieden over het werken als zelfstandige of werknemer. De zelfstandigentoets, werkrelatietoets en de sectoraal rechtsvermoedentoets. Het wetsvoorstel moet nog ingediend worden bij de Tweede Kamer.

Wat kun je doen vóór 2026?

Of je nu ondernemer bent of HR-adviseur: dit is hét moment om te checken of jouw organisatie voldoet aan de nieuwe regels:

  1. Breng je samenwerkingen in kaart: wie werken er als zelfstandige binnen jouw organisatie? Hoe lang al, met welk tarief, en onder welke omstandigheden?
  2. Check of de praktijk klopt met het contract: in het contract staat vaak dat een zelfstandige vrij is in hoe hij of zij het werk uitvoert. Maar is dat in de praktijk ook zo? Als jij bepaalt waar, wanneer en hoe iemand werkt, is dat een rode vlag.
  3. Herzie je overeenkomsten: gebruik modelovereenkomsten die passen bij de nieuwe wetgeving, en leg vast dat de zelfstandige eigen risico draagt, zelf bepaalt hoe het werk wordt uitgevoerd en meerdere opdrachtgevers heeft.
  4. Beperk exclusieve samenwerking: een zelfstandige die fulltime voor één opdrachtgever werkt, lijkt in de ogen van de Belastingdienst al snel op een werknemer. Overweeg loondienst of maak de samenwerking tijdelijk.
  5. Leg alles goed vast: documenteer de feiten. Dat klinkt saai, maar helpt enorm als je ooit moet uitleggen waarom iemand terecht als zelfstandige wordt ingehuurd.

Contact

Alhoewel de wetsvoorstellen nog niet definitief zijn, is het al wel zaak om je ZZP-constructies nogmaals tegen het licht te houden. De boetes die in 2026 worden opgelegd komen voor rekening voor de werkgever, omdat hij verantwoordelijk is voor het beoordelen van de arbeidsrelatie. Heb je nog twijfels over de inhuurconstructie binnen jouw organisatie? Wij kijken graag met je mee naar jouw situatie. Neem gerust contact met ons op voor advies!