Ga naar de inhoud

Compensatie transitievergoeding bij langdurige arbeidsongeschiktheid: wat is de stand van zaken?

Werkgevers die een werknemer ontslaan na twee jaar arbeidsongeschiktheid, zijn in beginsel een transitievergoeding verschuldigd. Sinds 2020 kunnen zij hiervoor compensatie aanvragen bij het UWV, maar deze regeling staat onder grote (financiële) druk. Het kabinet wil de compensatieregeling beperken tot kleine werkgevers en mogelijk zelfs afschaffen. Wat speelt er precies en wat betekent dit voor werkgevers én werknemers? In dit blog vertellen we je er alles over!

Waarom bestaat de compensatieregeling?

Werkgevers ervaren ontslag na langdurige arbeidsongeschiktheid vaak als een dubbele last. Eerst geldt gedurende 104 weken een loondoorbetalings- en re-integratieverplichting, waarna bij beëindiging van het dienstverband ook nog een transitievergoeding moet worden betaald.

Om die reden werden in het verleden veel dienstverbanden ‘slapend’ gehouden. De arbeidsovereenkomst bleef na twee jaar ziekte formeel bestaan, terwijl de werknemer niet meer werkte en de werkgever geen loon meer hoefde te betalen.

Een slapend dienstverband is voor werknemers vaak problematisch. Hoewel zij niet meer werken en geen loon betaald krijgen, blijft de arbeidsovereenkomst wél bestaan. Daardoor bestaat onduidelijkheid over hun rechtspositie en ontvangen zij geen transitievergoeding. Ook kan een slapend dienstverband gevolgen hebben voor bijvoorbeeld pensioenopbouw, sollicitaties of de mogelijkheid om het arbeidsverleden administratief af te sluiten.

Daarnaast is er nog onduidelijkheid over of een langdurig zieke werknemer na afloop van de doorbetalingsverplichting, dus tijdens een slapend dienstverband, wettelijke vakantiedagen opbouwt. Op dit punt bestaan tegenstrijdige uitspraken. De rechtbank Rotterdam heeft daarom een prejudiciële vraag aan de Hoge Raad voorgelegd of werknemers vakantiedagen blijven opbouwen tijdens een slapend dienstverband. Op dit moment ligt er nog geen antwoord van de Hoge Raad.

Sinds het Xella-arrest van de Hoge Raad kan een werknemer na twee jaar arbeidsongeschiktheid zelf verzoeken om beëindiging van het slapende dienstverband onder betaling van de transitievergoeding.

Om de financiële gevolgen voor werkgevers te beperken én slapende dienstverbanden tegen te gaan, is per 1 april 2020 de compensatieregeling ingevoerd. Werkgevers kunnen sindsdien compensatie aanvragen bij het UWV voor de betaalde transitievergoeding na ontslag wegens langdurige arbeidsongeschiktheid.

Het Xella-arrest

Voor de invoering van de compensatieregeling hielden veel werkgevers werknemers na twee jaar ziekte formeel in dienst om betaling van de transitievergoeding te voorkomen. De Hoge Raad maakte daar in het bekende Xella-arrest van 8 november 2019 grotendeels een einde aan.

Volgens de Hoge Raad moet een werkgever op grond van goed werkgeverschap in beginsel meewerken aan beëindiging van een slapend dienstverband onder toekenning van de transitievergoeding, juist omdat daarvoor compensatie kan worden verkregen.

Daarmee werd de compensatieregeling een belangrijke pijler bij ontslag wegens langdurige arbeidsongeschiktheid.

Wat wil het kabinet veranderen?

Het kabinet-Schoof heeft een wetsvoorstel ingediend om de compensatieregeling te beperken tot kleine werkgevers. Middelgrote en grote werkgevers zouden dan geen aanspraak meer kunnen maken op compensatie. Met deze maatregel wilde het kabinet structureel circa €380 miljoen besparen.

Volgens het wetsvoorstel blijft compensatie alleen mogelijk voor werkgevers die fiscaal als ‘kleine werkgever’ kwalificeren. Daarbij wordt aangesloten bij de fiscale loonsom in de zin van de Wet financiering sociale verzekeringen (Wfsv). Een werkgever geldt als klein wanneer de premieplichtige loonsom maximaal 25 keer het gemiddelde premieplichtige loon per werknemer bedraagt. Voor 2026 komt dat neer op een loonsom van ongeveer € 990.000.

De oorspronkelijke bedoeling was dat de nieuwe regeling per 1 juli 2026 in werking zou treden.

Opvallend is dat het kabinet in de memorie van toelichting bij het wetsvoorstel zelf al aandacht besteedt aan de gevolgen voor het Xella-arrest. Daarin wordt opgemerkt dat de door de Hoge Raad ontwikkelde norm van goed werkgeverschap mede haar grondslag vindt in het bestaan van de wettelijke compensatiemogelijkheid. Volgens de regering kan het beperken van die compensatiemogelijkheid daarom invloed hebben op de werking of reikwijdte van deze norm.

Met andere woorden: wanneer werkgevers geen compensatie meer ontvangen, rijst de vraag of zij nog steeds verplicht zijn om mee te werken aan beëindiging van slapende dienstverbanden. Tegelijkertijd benadrukt de regering dat het haar voorkeur heeft dat werkgevers, ook zonder recht op compensatie, blijven meewerken aan beëindiging van arbeidsovereenkomsten van langdurig arbeidsongeschikte werknemers.

Waarom is de invoering uitgesteld?

Hoewel aanvankelijk werd vastgehouden aan invoering per 1 juli 2026, kondigde de huidige minister van SZW, Hans Vijlbrief, aan dat deze wordt uitgesteld naar 1 januari 2027. In dezelfde brief was te lezen dat de compensatieregeling mogelijk helemaal wordt afgeschaft.

De belangrijkste reden voor het uitstel ligt in de uitvoerbaarheid en de juridische discussie rondom het wetsvoorstel. Tijdens de consultatie en advisering ontstond veel kritiek op de gevolgen van de regeling, met name voor slapende dienstverbanden en mogelijke nieuwe juridische procedures. Daarnaast bleek dat de uitvoering technisch en administratief complexer is dan aanvankelijk gedacht, onder meer vanwege de beoordeling van de fiscale loonsom en de overgangssituaties.

Opvallend is dat het kabinet de kritiek van de Raad van State aanvankelijk grotendeels naast zich neerlegde. Het kabinet vond de bezuiniging noodzakelijk vanwege de sterk oplopende kosten van de compensatieregeling en stelde zich op het standpunt dat grotere werkgevers financieel beter in staat zijn om de transitievergoeding zelf te dragen.

Kritiek van de Raad van State

De Raad van State heeft zich kritisch uitgelaten over het wetsvoorstel. Volgens de Raad bestaat het risico dat slapende dienstverbanden opnieuw zullen ontstaan wanneer grotere werkgevers geen compensatie meer ontvangen.

Daarmee ontstaat ook opnieuw een grotere kans op juridische procedures. Werknemers kunnen zich immers blijven beroepen op het Xella-arrest en verzoeken om beëindiging van hun dienstverband met betaling van de transitievergoeding. Wanneer werkgevers die vergoeding niet langer gecompenseerd krijgen, ligt discussie over de vraag of beëindiging nog steeds verplicht is voor de hand.

Daarnaast wijst de Raad van State op mogelijke rechtsongelijkheid tussen werknemers van kleine en grotere werkgevers. Ook vraagt de Raad zich af of het systeem niet onnodig complex wordt.

Opvallend is dat de Raad van State zelfs suggereert om fundamenteler na te denken: mogelijk zou de transitievergoeding bij ontslag wegens langdurige arbeidsongeschiktheid geheel moeten vervallen.

Mogelijk volledige afschaffing compensatieregeling

Hoewel eerder nog sprake was van uitstel van de beperking van de compensatieregeling, lijkt het politieke debat inmiddels een stap verder te gaan. In het coalitieakkoord is namelijk opgenomen dat de compensatieregeling mogelijk volledig wordt afgeschaft.

Op 13 mei jl. is het wetsvoorstel in de Tweede Kamer bovendien gewijzigd, waarbij het uitgangspunt niet langer is dat alleen middelgrote en grote werkgevers worden uitgesloten van compensatie, maar dat uiteindelijk géén enkele werkgever nog aanspraak kan maken op de regeling.

Ook de Raad voor de Rechtspraak heeft inmiddels zorgen geuit over de mogelijke terugkeer van slapende dienstverbanden en een toename van procedures hierover. Wanneer werkgevers geen compensatie meer ontvangen, ligt het immers voor de hand dat zij minder snel zullen meewerken aan beëindiging van langdurig slapende arbeidsovereenkomsten.

Tegen die achtergrond rijst steeds nadrukkelijker de vraag of het recht op een transitievergoeding na 104 weken arbeidsongeschiktheid in de huidige vorm houdbaar blijft.

Conclusie

De compensatieregeling transitievergoeding bij langdurige arbeidsongeschiktheid blijft voorlopig bestaan, maar staat politiek en juridisch nadrukkelijk ter discussie. Werkgevers moeten rekening houden met mogelijke beperkingen of afschaffing in de toekomst én met een hernieuwde discussie over slapende dienstverbanden.

Hoewel het wetsvoorstel tijdens de behandeling in de Tweede Kamer is aangepast, moet het nog worden aangenomen door zowel de Tweede als de Eerste Kamer.

Voor nu geldt nog steeds dat compensatie kan worden aangevraagd bij het UWV, maar de ontwikkelingen volgen elkaar snel op. Een tijdige beoordeling van langdurige verzuimdossiers en een zorgvuldige ontslagstrategie blijven daarom essentieel.

Contact

Heb je vragen over langdurige arbeidsongeschiktheid, slapende dienstverbanden of de compensatie van de transitievergoeding? Neem gerust contact met ons op, wij helpen je graag verder!